Napoleon door Max Lenz

Een tweede (oud) maar lezenswaardig boek wordt hieronder in een bewerkt artikel besproken om een beetje vat te krijgen op wie Napoleon Bonaparte is (geweest). Even klikken op onderstaande tekst: Keizer Napoleon, Koning Willem en hun…. etc., of onderaan de tekst op ‘view original post’

Keizer Napoleon Bonaparte, koning Willem I en hun (Gelderse) onderdanen; geschiedkundige ontwikkelingen van bestuur en samenleving

Herzien: le quartorze juillet 2018

In 1908 verscheen van de hand van de Duitse historicus Max Lenz, als onderdeel van de serie Monographien zur Weltgeschichte het ook na zijn overlijden veelvuldig geroemd standaardwerk, getiteld Napoleon. Het boek is generatieslang hét standaardwerk over het leven van de Franse generaal/consul/keizer geweest. Dezelfde persoon waarover op deze blog inmiddels al een behoorlijk aantal verhalen zijn verschenen, die u overigens makkelijk kunt terugvinden via de verschillende indelingen, naar onderwerp en naar verschenen datum en de zoekmogelijkheid Trefwoord in de blauwe zijkolom, rechts van de inmiddels verschenen blogs; even scrollen dus.

Ik zeg er alvast maar bij: het boek is niet heel eenvoudig aan te schaffen. Maar… neuzen in het antiquariatencircuit, via internetshops, etc. helpt heel goed om alsnog een eigen exemplaar te bemachtigen. Omdat het werk na 1908 nog een tijdlang in herdruk verscheen, zal, denk ik, na enig internetspeurwerk uwerzijds, de moeite van het zoeken ernaar beloond…

View original post 834 woorden meer

Advertenties

Keizer Napoleon Bonaparte herdacht in lijvig herdenkingsboek

Deze maand juli een paar boekbesprekingen. Ook nu weer: de link naast mijn statieportret even aanklikken.

Keizer Napoleon Bonaparte, koning Willem I en hun (Gelderse) onderdanen; geschiedkundige ontwikkelingen van bestuur en samenleving

In 1913, kort ervoor en erna, verschenen in Nederland verscheidene boeken die de jaren onder Napoleon jubileumgewijs behandelden. Omdat ons land zo rond 1900 uiteen gevallen was in diverse meer of minder krachtige stromingen, zoals de liberale, socialistische, gereformeerde en katholieke, behandelden (pseudo-)historici afkomstig uit een van de genoemde hoofdbanen uit de Nederlandse samenleving het onderwerp Napoleon dienovereenkomstig.
Met andere woorden Napoleon kwam er bij de gereformeerden heel anders van af dan bij de liberalen. Eerstgenoemden spraken van de ‘gezel Gods’ , laatstgenoemden prezen hem in meer of mindere mate vanwege het toch wel consequent vasthouden van de Franse keizer aan de pas verkregen verworvenheden uit de Franse revolutie (samengevat in de trits: vrijheid, gelijkheid en broederschap, tegenover de trits God, Nederland en Oranje).
Omdat dit soort gelegenheidswerken uit genoemde jaren toch weer wel het resultaat waren van langdurig onderzoek, zij het vanuit de hierboven al aangestipte invalshoeken, lijkt het mij…

View original post 531 woorden meer

Armoede in Terborg; machteloosheid in bestuur

Klik op de blogtitel hieronder en de blog uit 2014 komt in zijn geheel te voorschijn. Dit is overigens het derde en laatste ‘herhaal’artikel waarin de Achterhoeker A.P.R.C. van der Borch van Verwolde een rol speelt. De komende maand een paar ‘golden oldies’ uit de rubriek Boekbespreking, waarna het zomerreces voorbij is en we met frisse moed beginnen aan het bronnenmateriaal uit onder meer het Gelders Archief.

Keizer Napoleon Bonaparte, koning Willem I en hun (Gelderse) onderdanen; geschiedkundige ontwikkelingen van bestuur en samenleving

Ten zuidoosten van Doetinchem ligt het ‘stadje’ Terborg, deel uitmakend van de eerlangs gevormde gemeente Oude IJsselstreek. In de napoleontische tijd (1806-1813) maakte het als commune deel uit van het arrondissement Zutphen en woonden er samen met Varsseveld iets meer dan 4000 mensen.

Terborg, of zoals het begin negentiende eeuw ook werd geschreven ‘Terborch’ , kende in die jaren een zwaar op de gemeenschap drukkende armoede, die maar moeilijk te bestrijden viel. Daarin was het niet uniek; integendeel. De armoedeproblematiek, een erfenis uit de achttiende eeuw, werd veroorzaakt door een stroef draaiende economie, weinig kapitaalkracht, naast durf om kapitaal aan te wenden voor mogelijk hoopvolle projecten en een doffe berusting onder het merendeel van de bevolking. Alle hoop was in deze jaren gevestigd op Napoleon. En een enkele filantroop.

Rijkdom aan het hof; armoede in de hutten. Rijkdom aan het hof; armoede in de hutten.

De Franse keizer kende in deze jaren maar één economisch belang; hij wilde…

View original post 1.027 woorden meer

Het arrondissement Zutphen: garvezaden- en tiendenverpachting

Om onderstaande blog in zijn geheel te lezen moet u even hieronder de blognaam naast mijn statieportret aanklikken of onderaan de tekst klikken op “view original post”
Deze blog uit 2010 is het tweede verhaal waarin de vroegere onderprefekt van Zutphen, A.P.R.C. van der Borch van Verwolde, een rol speelt.

Keizer Napoleon Bonaparte, koning Willem I en hun (Gelderse) onderdanen; geschiedkundige ontwikkelingen van bestuur en samenleving

Belasting betalen is van alle tijden. Interessant is hoe in vroegere tijden een en ander geïnd werd. Hoe het ook zij er moet natuurlijk wel een overeenkomst tussen de betrokken partijen zijn. Wanneer de belastingbetalers het idee hebben dat hun geld enkel wordt aangewend voor het plezier van een select groepje, kun je erop rekenen dat vroeg of laat er zoveel ontevredenheid ontstaat dat een volksoproer het gevolg ervan is.

Hoe zat het in de tijd dat Napoleon het hier voor het zeggen had? Er was in ons land, dus ook in Gelderland, in de achttiende eeuw sprake van een lappendeken aan belastingregels/afspraken. Sommige hiervan dateerden uit lang vervlogen tijden en het was dan ook wel logisch dat de betalers begin 1800 soms weinig meer begrepen en weibig begrip konden opbrengen voor een en ander. Keizer Napoleon wenste evenals in andere bestuurszaken eenheid van regelgeving en een vast systeem dat voor…

View original post 665 woorden meer

Keizer Napoleons heerbanen: werken aan de weg

De komende tijd herplaats ik een serie “oude” blogs, die de moeite van het teruglezen waard zijn. De nadruk komt de eerste afleveringen te liggen op de werkzaamheden van sous-préfet (onderprefect) Van der Borch van Verwolde, die in de Napoleontische jaren Zutphen en de Achterhoek vertegenwoordigde in het bestuur van het Departement. Veel leesplezier.

Keizer Napoleon Bonaparte, koning Willem I en hun (Gelderse) onderdanen; geschiedkundige ontwikkelingen van bestuur en samenleving

In een vorige aflevering schreef ik over Napoleons wegensysteem, dat ook Gelderland doorkruiste. We moeten ons van dat wegennet niet al te veel voorstellen, want, zoals ik de vorige keer al vertelde, het reizen ging in Nederland vaak met de trekschuit of beurtschipper. In Gelderland met zijn voor die tijd dunbevolkte kwartieren () was reizen lang niet altijd een pretje. Enkel doorgaande wegen tussen de verschillende stadjes werden jaarlijks onderhouden, maar ze waren voor het overgrote deel niet bestraat. Logementen aan de rand van de bewoonde wereld of in de (dorps)kom boden de doorgaande reiziger slechts eten en onderdak, maar nauwelijks comfort. Meer was er niet. Over die reiziger, zijn papieren en zijn reismogelijkheden een volgende keer.
 
Het onderhoud van wegen en duikers was tot aan de oprichting van het koninkrijk Holland (1806) een plaatselijk probleem, dat wel of niet goed werd aangepakt. Hoe kleiner de plaats, hoe minder…

View original post 619 woorden meer

Nederland bevrijd. Vijftig jaar later: 1813-1863. De krant van toen. Twintigste deel

In 1863, vijftig jaar nadat de meeste Franse douaniers, gendarmes, soldaten en ambtenaren Nederland hadden verlaten en de toekomstige koning Willem I op het strand van Scheveningen aan wal stapte, werd er veel herdacht. Verwacht mocht worden dat er in ieder geval een serieuze bezinning zou hebben plaatsgevonden op al datgene wat de  Bataafs-Franse tijd had gebracht met daarbij de nadruk op de rol die de Bonapartes in het geheel hadden gespeeld.

Maar niets was minder waar. Het had er in 1863 alles van weg dat de partijstrijd die de Nederlandse samenleving in zijn greep had gehad gedurende de jaren 1795-1810 nog steeds in volle hevigheid de zaken van het land wist te beïnvloeden. De liberalen uit de jaren zestig van de negentiende eeuw werd door haar meer conservatieve tegenstanders zelfs ‘Bonapartisme’ verweten; dat zou inhouden dat zij het waren die het vuur van de (Franse) revolutie, met alle gevaren van dien, bleven aansteken. Zij heetten de onruststokers die de brave, uit eenvoudigen en oprechten bestaande Nederlandse samenleving rond de persoon van koning Willem III trachtten omver te halen.

Er was geen sprake van bezinning in 1863; het had er eerder veel van weg dat Napoleon niet uit de hoofden en harten van zijn (na)volgers was weg te krijgen. Mede debet daaraan was de aanwezigheid van een nieuwe Bonaparte op het wereldtoneel. In Frankrijk namelijk regeerde Napoleons neef, een zoon van zijn broer Lodewijk (Nederlands eerste koning  van 1806 tot 1810), als Napoleon III al weer enige jaren het land met wel de ‘grandeur’ uit het begin van de negentiende eeuw, maar niet met de  ‘gloire’ en de ‘victoire’ uit diezelfde jaren. Om het nog gecompliceerder te maken: koning Willem III bewonderde  privé deze Franse keizer en verkeerde met hem op vriendschappelijke voet. Maar laat ons eens gaan kijken hoe de krant van toen verslag deed van een en ander in haar kolommen.

img045

Herdenkingsboek uit 1913; honderd jaar later

img073.jpg

In 1863 plaatste de Arnhemsche Courant, in die jaren een toonaangevend dagblad met een liberaal imago, diverse artikelen over Napoleon III. In de berichtgeving over hem klonk enige bewondering door over hetgeen deze Bonaparte in Frankrijk voor elkaar had weten te krijgen, zij het wel met een lichte ondertoon van argwaan. Zeven jaar later wist iedereen wel beter, maar dat is, zoals gezegd later.

Verschillende advertenties in de A.C. gedurende de maand november geplaatst speelden handig in op het aanstaande herdenken. Zo werd het boek Vijftig jaren terug. Herinneringen uit mijn militair leven, vóór, bij en na Nederlands herstelling in 1813, geschreven door dr. J. Th. Büser, oud-officier van het Nederlands leger door uitgeverij A. ter Gunne uit Deventer de lezers aangeprezen als hét boek, dat in geen enkele boekenkast mocht ontbreken. Prijs: f. 1,50

L.F. Revius had voor de gelegenheid een ‘Feest-Marsch 1813-1863, voor piano’, gecomponeerd. Wie het aanschafte kreeg er gratis een ‘fraaie titelplaat’ bij, en dat voor 0.60 centen. Bij J. T. Dolmans kon men ,,eene groote partij illuminatieglazen” kopen of huren en P.J. te Winkel had voor de gelegenheid ,,Jubilaeum Rosetten en Jubilaeum Broches in Zilver” ontworpen; de rozet kostte 0,60 centen en de broche f. 1,25.

J.M. van Kempen te Voorschoten van de Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Gouden en Zilveren Werken stak zijn Oranjeliefde dezer dagen niet onder stoelen of banken. In een grote advertentie liet hij het volgende weten:  ,,1813-1863.    Geen Nederland zonder Oranje.     Dezer dagen wordt de inschrijving geopend bij de Boekhandelaren in alle steden des Vaderlands, op eene MONUMENTALE VOORSTELLING IN METAAL: DE AANKOMST VAN PRINS WILLEM I  TE SCHEVENINGEN IN 1813.” Het model was door hem persoonlijk ontworpen.  

De redactie van de A.C. voelde de teneur rondom de herdenking goed aan en schreef in dat licht een redactioneel artikel, dat de stemming in het land van het overgrote deel van de bevolking goed weergaf, ook al wilde diezelfde redactie het soms graag anders zien, maar dat kon na de herdenking wel weer:

17 november 1863. ,,Er is misschien geen volk in Europa dat, na vijftig jaren, meer regt heeft, op de gebeurtenissen van 1813 met dankbaarheid, met onverdeelde vreugde, terug te zien, dan het Nederlandsche volk. Want zoo 1813 aan bijna alle volken verscheen als het begin van een nieuw tijdvak van welvaart, van volksgeluk, van burgerlijke en politieke vrijheid, er is geen volk, dat in 1813 zich herinnerende wat het in 1813 was, zooveel vrucht uit dien schoonen bloesem heeft zien voortkomen. …. Waar was de geestdrift grooter, waar scheen meer opregte zamenwerking en eenstemmigheid tusschen Vorst enVolk te heerschen, waar waren de omstandigheden gunstiger om een jeugdig krachtig volksleven op nieuwe populaire grondslagen te vestigen dan in Duitschland, en bovenal in Pruissen? En waartoe is Duitschland, waartoe is bovenal Pruissen in 1863 gekomen? Daartoe, dat men thans vraagt of Napoleon”s overheersching en het Napoleontisch despotisme wel harder en smadelijker waren, dan de overheersching der feodale jonkers en het despotisme van von Bismarck?” Dit moet even worden toegelicht: in een tijd waarin van Duitsland/Pruissen onder Bismarck meer onheil voor de Nederlandse staat en het Nederlands grondgebied werd verwacht dan van het Frankrijk onder Napoleon III lucht het even op een sneer aan de Duitsers uit te delen zo in de trant van: jullie zijn sinds het despotisme onder Napoleon niets opgeschoten; ja er zelfs slechter aan toe.

Nee, dan Nederland: ,,Burgerlijke vrijheid hebben wij, zoo groot en volledig als eenig volk, en wij hebben ons haar gewaarborgd door politieke vrijheid en regten, door onze constitutionele en parlementaire instellingen. ….  Willem I kende zijn volk, beter misschien dan het toen zich zelf kende.” Een Engelse parlementariër zou hierop zeggen: ,,Hear, hear!”

En dan was er de in die jaren gebruikelijke rijmelarij die steevast werd ingezonden en waarvan de dichter hoopte op plaatsing. Mr. A. Bogaers was er zo een. Het slotcouplet van zijn inzending getiteld Jubelzang 1813-1863 luidde:

,,Zoo deed het Voorgeslacht welëer/ Wat in den weg stond, wierp het neêr,/’t Verliet des Sleurs versleten raadren, / ’t Rees nieuwen bouw voor brokklend puin,/ ’t Ging de andren voor, met fieren kruin; / Doen we ook als onze Vaadren!”

                                                                 ********************

 

Tot zover een serie van twintig artikelen gebaseerd op de ‘Krant van toen’ . In de nabije toekomst hoop ik de draad van deze serie op te pakken door de jaren 1806-1810, gebaseerd op de Koninklijke Courant in een aantal artikelen te bespreken.

De zomertijd breekt aan en dat betekent dat velen van de privatissimum, c.q. blogvolgers erop uit zullen trekken. Ikzelf zal de komende tijd een aantal oude blogs/artikelen over het voetlicht halen in aanloop naar de grote en langdurende serie gebaseerd op feitelijke gegevens uit de archieven. Een serie waarvan ik hoop dat het anderen, studenten en/of (hobby) historici er toe zal aanzetten een eigen onderzoek op te starten.

Tot zover.

dr. Elze Luikens (copyright); napoleo-info@hotmail.nl

H. Luikens-de Kruif (tekstredactie)

De eerste reacties op het overlijden van Napoleon Bonaparte. De krant van toen. Negentiende deel

Blog 247.

Na 1815 heroriënteerde een groot deel van Europa zich, mede geholpen door de besluiten die op het Weens Congres waren genomen. En… niet onbelangrijk: het tijdperk van oorlogen en gewelddadigheden leek voorgoed voorbij te zijn. Degene die volgens velen de oorzaak van alle ellende was, kon intussen het Europees continent onmogelijk nog bereiken. Maar nieuws over hem deed dat nog wel, zij het mondjesmaat.

En dan op 10 juli 1821 verschijnt er een bericht over hem in de Arnhemsche Courant (en uiteraard ook de andere bladen, zowel de binnen- als de buitenlandse), waardoor velen zich al die gebeurtenissen, zowel de goede als de kwade, in al hun felheid herinnerden. Op 5 mei 1821, zo deelde het krantenbericht zijn lezers mee, was Napoleon op het verre eiland St. Helena gestorven. Ook al verscheen het nieuws pas twee maanden later… het effect was er niet minder om.

,,Londen, den 6. Julij.

Volgens officiële berigten van St. Helena, van den 7. Mei, is Buonaparte op Zaterdag den 5. dier maand, ’s avonds tien minuten voor zes uren, na ene ziekte van zes weken, overleden. Het ligchaam is geopend geworden, en het is bevonden, dat zijne kwaal bestaan heeft in een kanker aan de maag.

Gedurende de eerste vier weken zijner ziekte, had de zelve geen gevaarlijk aan zien, schoon hij zelve scheen overtuigd te zijn, dat die geen goed einde zou nemen. Gedurende de laatste veertien dagen zagen de geneeskundigen duidelijk in, dat hij niet herstellen kon. Men zegt, dat hij tot vijf of zes uren voor zijn dood, bestellingen omtrent zijne zaken en papieren heeft gemaakt, zijnde hij zoo lang bij kennis gebleven. Hij zeide, dat hij wenschte geopend te worden, opdat zijn zoon van den aard zijnen kwaal mogt onderrigt worden. Het ligchaam is door zijn eigenen heelmeester geopend geworden. Men verzekert, dat hij een testament heeft gemaakt, het welk, te gelijk met andere papieren, reeds is, of eerlangs naar dit land [Engeland] zal overgebragt worden. Deze tijdingen zijn aangebragt door kapitein  Crokat van het 20. regiment. Zij werden dadelijk aan alle ministers en ambassadeurs medegedeeld; welke laatsten onverwijld koeriers naar hunne hoven hebben afgezonden.”

Gebleken is dat Napoleon aan de verschillende geneesheren al eerder had verklaard dat zijn ziekte een familiekwaal was. De artsen op hun beurt vulden deze verklaring aan door te stellen dat het klimaat op St. Helena niet debet was aan zijn ziekte.

,,Toen hij zijn einde voelde naderen, werd hij op zijn eigen verzoek, gekleed in het gewaad van Veld-maarschalk, met laarzen en sporen, en geplaatst op een veldbed, waarop  hij, in zijne gezondheid, gewoon was te slapen, en het welk hij aan elk ander de voorkeur gaf. In dit gewaad is hij, zegt men, gestorven. Degenen, die hem omringden, verlangden, dat zijn ligchaam naar Europa zou overgebragt worden; doch bij de opening van zijnen uitersten wil werd bevonden, dat hij het verzoek had nagelaten, om op het eiland begraven te worden, … aanwijzing der plaats waar, zijnde eene fraaije vallei, nabij zijne woning.”

36. Uitzichtloosheid op St. Helena, 1820

De eerste reacties op de dood van generaal-consul-keizer-gevangene Napoleon werden weldra afgegeven. De A.C. plaatste op 12 juli 1821 enkele hiervan in zijn dagblad. Allereerst wist het zijn lezers te vertellen dat de Times Napoleons militair vernuft roemde, maar daarin tegelijk zijn ondergang zag: het waren bij de Franse keizer van zijn kant slechts bevelen geweest, de anderen hadden enkel te gehoorzamen. Wijs overleg kende Bonaparte nauwelijks of niet.

,,Dus eindigt in ballingschap en gevangenis, het zonderlingste leven, dat in de staatkundige wereld bekend is. De wisselvalligheden van zulk een leven zijn inderdaad de nuttigste lessen, welke de geschiedenis kan opleveren.”

,,Welke voorwendselen Buonaparte immer heeft te baat genomen – welke Jacobijnse woelingen [ de Jacobijnen waren t.t.v. de Franse revolutie de factie die daarin ver wilde gaan] hij immer moge bijgestaan hebben, om zijne eigene bevordering in magt te begunstigen – elke volgende daad van zijn leven toont ons, dat de militaire vooroordelen, waarin hij was opgevoed, degenen waren, die hunnen invloed op hem als staatsman uitoefenden; en wij zijn wel overtuigd van zijne meening, dat geen land, vooral Frankrijk, anders kon geregeerd worden, dan door enkel gezag, onverdeeld en onbeperkt.”

,,Hij had de vrijheid in Frankrijk vernietigd, en alleen de militaire roemzucht zijner onderdanen bleef hem over. Verovering volde daarom op verovering, tot dat niets ter onderwerping overbleef. Onbeschaamdheid en roofzucht bij de overwinnenden bewerkten onder de veroverde volkeren ongeduld in hunne ellende en dorst naar wraak. De onregtvaardigheid ondermijnde zich zelven, en Buonaparte stortte met zijn Rijk plots neder.”

Nog twee nagekomen berichten over de ‘gevallen en inmiddels gestorven Keizer’: op 14 juli 1821 liet de Arnhemsche Courant zijn lezerspubliek weten dat aldus een doorgekomen bericht uit Londen, van de 10de juli, Napoleon op de 9de mei ,,met alle militaire eerbewijzen, verschuldigd aan den rang van eersten generaal… is…. begraven in de Sane Vallei.”

En dat was het wat de berichtgevingen betreft eigenlijk wel. Het tijdperk Napoleon verdween langzaamaan achter de horizon. Op 2 december 1823 plaatste de A.C. een ingezonden brief, waarin de briefschrijver spreekt over de zegeningen voor het Koninkrijk der Nederlanden onder het bestuur van de ‘voortreffelijke Wilem I’ . Hij vergeleek de huidige tijd met de ‘bange maanden op het eind van 1813: ,,Groot zijn de voorregten die ons mogten te beurt vallen; brengen zij ons terug in de maand Nov. 1813 toen men nog naauwlijks durfde gelooven aan de naderende verlossing.”

In 1863 werd in Nederland een groots opgezet herdenkingsfeest gevierd ter gelegenheid van 50 jaar ‘vrijheid’ . Dat evenement zal in de volgende blog uitvoerig aan bod komen, waarmee de “Krant van toen-serie” zal worden afgesloten, waarna een begin zal worden gemaakt met het volgende project – de gebeurtenissen 1806-1813  – volgens  het feitelijk relaas uit het  Gelders Archief.

dr. Elze Luikens (copyright)

tekstredactie: H. Luikens-de Kruif