Leestip 1: boeken van Johan op de Beeck en Adam Zamoisky

Woensdag 5 juli was ik weer eens oude kerken kijken in Utrecht. Daar zijn er rondom De Dom – 0p loopafstand – best een aantal bijzondere (oude… voor Nederlandse begrippen dan) van te bezichtigen. Er is zelfs om dit specifieke (doordeweekse) kerkbezoek te veraangenamen een speciaal handig boekje van/over verschenen dat in de verschillende opengestelde gebouwen voor niets of een kleine gift uwerzijds te verkrijgen is; vaak even voorbij de ingang.

Wat tijdens zo’n dag Utrecht steevast op mijn bezoeklijstje staat is een ‘korte of langere visite’ aan de grootste boekhandel van Utrecht, schuin tegenover het Stadhuis. De afdeling Geschiedenis is ruim voorzien, specifiek de periode 1780-1825 mag er zijn. Mij viel ditmaal op dat er van de in mijn rubriek ‘boekbespreking’ besproken Vlaamse auteur Johan op de Beeck (1957-….) een paar goede nieuwe boeken voorhanden zijn. En laten deze (al)  in 2014 verschenen boeken over het leven van Napoleon (Napoleon; van strateeg tot keizer, en, Napoleon; van keizer tot mythe) nou net mijn leestip/vakantieboektip voor u zijn. Eerder zijn hier, zoals gezegd, zijn boeken over de Tocht naar Rusland en Waterloo: de laatste 100 dagen besproken; oktober 2013, juni 2012. Voeg hier aan toe dat de voorbije maanden door mij de specifieke thuissituatie van al deze ingrijpende gebeurtenissen op twee wijzen zijn beschreven en het verhaal wordt er almaar completer door. O, ja er zijn anderen die hierover hebben gepubliceerd en enkele daarvan zult u in een volgende leestip vermeld zien worden, maar Op de Beeck vooral toch heeft de gave pageturners te schrijven. En dat past dacht ik zo bij de vakantieperiode waar we ons momenteel in bevinden.

Een ander boek dat inmiddels hernieuwd in de belangstelling staat is het even lezenswaardige werk van Adam Zamoyski, 1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou. Meer wetenschappelijk zo op het eerste gezicht dan bovengenoemde werken, maar voor mij geldt vooral het criterium: hebben auteurs ook aan veel archief- en ecodocumentenonderzoek gedaan. Op de Beeck en Zamoyski slagen hiervoor met een ruime voldoende.

dr. Elze Luikens: napoleon-info@hotmail.nl (zelf even typen)

Napoleon is voor de Kerst van 1812 weer thuis. De krant van toen. Negende deel

De berichtgeving via legerbulletins van Napoleons Grande Armée, zomer 1812 vanuit Rusland, werd in de tweede helft van het jaar schaarser en schaarser. De Departementale Dagbladen, Napoleons spreekbuis, plaatsten meer en meer non-informatie. De oplettende en waakzame lezer kreeg er een hele kluif aan te achterhalen wat er zich nou werkelijk in het onmetelijk grote Rusland afspeelde. Hieronder enkele van die berichten.

Donderdag 16 juli 1812 plaatste het Departementale Dagblad van de Boven-IJssel (en ongetwijfeld ook de andere couranten) een belangrijk nieuwtje van twee weken eerder (29 juni) afkomstig uit het Groot-Hertogdom Warschau. ,,Een nieuw en merkwaardig tijdperk begint thans voor Polen. Hetzelve bekomt zijnen ouden glans en zijne grootheid weder…. .” Mooie en vooral toch ook geruststellende woorden aan het adres van het Poolse volk waarvan op grond hiervan mocht worden verwacht dat ze manschappen zouden leveren aan Napoleons Grote Leger dat inmiddels bezig was west-Rusland binnen te trekken. Liever een tevreden volk dat uitzicht heeft op een schone toekomst dan onzekerheid en gedoe achter mijn rug, zo moet de Franse keizer ongeveer gedacht hebben.  Na deze af-, c.q. aankondiging in de (paleis)zaal, waar de Poolse Landdag in opdracht van Bonaparte vergaderde, weergalmde het van vreugde uitingen en weerklonk het onophoudelijk roepen van de leuze: ,,Leve de Groote Napoleon.”

Die julimaand kreeg de Gelderse lezer een onophoudelijke stortvloed over zich heen van ‘onthullingen’ door Napoleon en zijn persgetrouwen dat Rusland eigenlijk altijd al een onbetrouwbare en verraderlijke partner was geweest waar onmogelijk afspraken mee te maken zouden zijn. Ook werden artikelen geplaatst waarin werd bekend gemaakt dat de eerste dagen en weken nadat het Franse leger, aangevuld met hulptroepen uit andere aan Napoleon gelieerde landen, Rusland inmiddels definitief was binnengetrokken er slechts sprake was van succes, veroveringen en nog meer succes. La Grande Armée heette steeds weer: onoverwinnelijk en glorieus.

Uit de editie van zaterdag 15 augustus blijkt dat het Franse leger en zijn verbondenen maar geen serieuze slag met het Russische leger – onder leiding van de oude generaal Koesotov en Barclay de Tolly – kan leveren. Het waarom hiervan wordt de lezers uitgelegd. Het Russische leger dat: ,, in deszelfs verschansingen op den Duna niet heeft durven afwachten, en dat, door den terugtogt, welken schijnt op Moskow te doen, een gedeelte van deszelfs zee-provintien aan het fransche leger overlaat.”

img021

En dan gaat ineens het nieuws over op meer Gelderse zaken. Zo wordt op donderdag 27 augustus 1812 belangstellenden meegedeeld dat er op vrijdag 4 september a.s. in één van de vertrekken van het Prefectuur te Arnhem in het openbaar “de provisionele en op 11 september een definitieve aanbesteding zal plaats hebben van een onthoofdingsmachine en verdere werktuigen tot de uitvoering van strafvonnissen.” Bedenk wel dat de oude ‘marteltuigen’ om bijvoorbeeld bekentenissen van gearresteerden af te dwingen in de ogen van de ‘nieuwe tijd’-genoten als onmenselijk werden beschouwd en dat ‘humaan handelen’ bij de nieuwe eeuw paste. Dankzij de nieuwe onthoofdingsmachine zou hen die de doodstraf was opgelegd door een snelle onthoofding veel leed bespaard blijven; ook de toeschouwers bij zo’n berechting aanwezig zouden niet langer getuige hoeven te zijn van een gruwelijk tafereel.

Op zaterdag 29 augustus werd uitvoerig verslag gedaan van feestvierende Zutphenaren. Zij hadden de verjaardag van Napoleon aangegrepen om de stad feestelijk te versieren. Het carillon werd bespeeld en de militaire en civiele autoriteiten kwamen op audiëntie bij onderprefect Van der Borch van Verwolde. In de ‘hoofdkerk’ weerklonk het Te Deum dat werd voorafgegaan door een parade van de Zutphense Gewapende Burgerwacht ofwel de inmiddels ook hier in opdracht van Napoleon opgerichte Nationale Garde. Ook werd voor de gelegenheid een ‘gesubsidieerd’ huwelijk gesloten ter ere van de Franse keizer. Het paar werd onder muzikale begeleiding naar het huis van maire Op den Noort gebracht alwaar de huwelijksplechtigheid werd voltrokken. Vele feestgangers, ook van buiten de stad, vierden tot laat in de avond de verjaardag van ‘hun’ Napoleon, terwijl de meer hooggeplaatsten ‘s-avonds aanwezig waren bij een door het stadsbestuur georganiseerd souper. Was Zutphen werkelijk zo Napoleon-minded of was het zijn dagelijks bestuur dat de gelegenheid aangreep zijn onvoorwaardelijke trouw te tonen aan de Keizer die op dat moment bezig was de ‘belangen van het Rijk zo ver van huis te verdedigen’?

Zaterdag 3 oktober richt prefect Van Andringa de Kempenaer in een speciaal hiervoor geschreven bulletin zich tot zijn Gelderse ingezetenen. Napoleon heeft Moskou bereikt. Het heet: ,,Dat Zijne Majesteit de Keizer en Koning, ten gevolge eener roemrijke overwinning, de stad Moscou, de oude hoofdstad van het Moscovische Rijk, is binnengetrokken.” ,,Des Keizers getrouwe onderdanen, bijzonder de Ingezetenen van dit Departement, zullen zich ongetwijfeld verblijden, in den nieuwen roem, door de fransche wapenen behaald, en nimmer ophouden te wenschen,dat het smartelijk verlies van zoo vele hunner landgenoten, en van alle die gene, welke met eer gestorven zijn, onder het hoog bestuur der Goddelijke voorzienigheid de weg mogen helpen banen, tot eene algemeene vrede, die het menschdom, tot heil verstrekken, die den roem van den  G r o o t e n   N a p o l e o n   volkomen make, en die hem doe verwerven de dankbaarheid van de laatste nakomelingschap.” Arnhem, 2 October 1812. Je zou haast denken, dat een aantal Nederlandse bestuurders, waaronder de Gelderse prefect, weet hebben gehad van het bloedbad bij Borodino, vlak voordat Napoleon Moskou bereikte, gelet op zijn verwijzen naar de vele slachtoffers, waaronder vele landgenoten!

Intussen gaat – ook in Gelderland –  de oproep voor de volgende conscriptie/dienstplicht lichting 1811 gewoon door. En dan volgt de mededeling, weliswaar drie weken later, dat Moskou in brand staat. Op 10 oktober valt hierover het volgende te lezen: ,,21ste bulletin der Groote Armee. Moscou den 20 September 1812. Drie honderd brandstichters zijn gevat en dood geschoten. Zij waren gewapend met een zwermer van zes’duim, vastgemaakt tusschen twee stukken hout; Zij hadden ook Vuurwerken die zij op de Daken worpen. Die ellendige Rostopchin [militair gouverneur van Moskou] had deze vuurwerken doen maken.” Om ietwat onverschillig te vervolgen: ,,Het weder schijnt zich tot regen te zetten. Het grootste gedeelte van de Armee is gecerneerd in Moscou.”

bron... rt.com... painted by Averiyanov

bron rt.com/ painted by Averiyanov

Het vanaf nu in de kranten verschijnend nieuws over Rusland is weliswaar mondjesmaat, maar wordt steevast veel positiever verteld dan de feitelijk gebleken situatie. In november worden er berichten over de Tocht door Franse hooggeplaatsten geschreven – ten minste hun naam staat onder het artikel – en wordt telkens weer melding gemaakt van glorieuze overwinningen door het Franse leger behaald; meestal van weken eerder.

En dan half december 1812: het nieuws (uit Parijs) maakt er melding van dat keizer Napoleon in cognito over Dresden en Leipzig richting het westen reist. Onderweg heeft hij, zo heet het, nog een hartelijke ontmoeting met de koning van Saksen.

De Gelderse prefect is dan zijn lezers en overige ingezetenen toch wel een verklaring schuldig: ,,Arnhem, den 23 December 1812. De Prefect van het Departement van den Boven-IJssel, heeft de officiële tijding ontvangen, dat Zijne Majesteit, de Keizer en Koning, den 18 dezer, des avonds, tusschen 10 en 11 uren, in volmaakte welstand, op zijn Paleis de Thuilerien is aangekomen. De Prefect haast zich om de Ingezetenen van deze gelukkige gebeurtenis kennis te geven. A.d.K.”

Hoelang zal de schijn nog op te houden zijn.

EPSON scanner image

Ik stop ongeveer anderhalve maand met de tweewekelijkse blog. Veel van mijn lezers, blogvolgers en passanten gaan dan zelf met vakantie. En het zou toch jammer zijn dat een aantal blogs hierdoor (te) weinig wordt gelezen. Halverwege augustus vervolg ik deze serie! Tot die tijd krijgt u van mij om de zoveel tijd enkele leestips. Tot later.

dr. Elze Luikens (copyright)

 

 

 

 

 

 

Napoleon verklaart Rusland eenzijdig de oorlog. De krant van toen. Achtste deel

In het oosten van Duitsland en in Polen liepen halverwege april 1812 de graanprijzen onverwacht hard op. En er ontstond aan bijna alles schaarste. Oorzaak van dit alles was dat de bevolking overrompeld was geworden vanwege ‘onverwacht genomene maatregelen, en het voortrukken van zoo vele troupen langs de militaire route, welke door Pruissen naar Polen loopt.’ De vaste lezers van de verschillende in opdracht van keizer Napoleon Bonaparte verschijnende departementale couranten schreven hier pas over op zaterdag 2 mei.

Intussen verscheen wel het ene na het andere decreet om Frankrijk en de Nederlandse departementen voorgoed gelijk te schakelen. Was tot dan het tempo ervan niet al te hoog geweest het leek er nu op dat Bonaparte terwijl hij in het oosten van Europa verbleef achter zijn rug geen gedoe van welke aard dan ook wilde hebben waarop hij en zijn ministers en in Nederland zijn intendant d’Aphonse besloten haast te maken met die in hun ogen zo broodnodige gelijkschakeling. Een kleine opsomming hiervan geeft aan dat het uniforme van Napoleons wijze van regeren wellicht het allerbelangrijkste is geweest dat zijn bestuurssysteem overeind hield!

Een greep uit de samensmeltingsbesluiten om Gelderland (lees: Nederland) op gelijke voet met Frankrijk te brengen wordt denk ik door het volgende boeketje afdoende geïllustreerd: alle oude speelkaarten moeten worden weggegooid en op de nieuwe op speciaal hiervoor gekeurd papier mag niet zomaar willekeurig een bepaalde afbeelding van wat dan ook worden geplaatst. Hoe onbelangrijk voor ons, voor ‘het volk’ van ingrijpende betekenis, immers speelkaarten boden ruimte voor commentaar op gebeurtenissen uit de samenleving. Voor ‘tappers, koks, tafelhouders en schenkers die dranken willen verkopen of voorzetten’ golden voortaan vaste regels aangaande het alcoholpercentage, het vervoer, de accijnzen, de wijze van opslaan en het verkopen van die dranken. Allen die dit aanging moesten bij ‘het bureau van bestuur’ een vergunning aanvragen om hun beroep te mogen blijven uitoefenen. Een vergunning die makkelijk kon worden geweigerd. Hetzelfde gold ook voor de handel in tabak en het verkopen ervan. Handelaren mochten voortaan geen grotere voorraad dan 10 kilo in hun bezit hebben, de gewichten voor het afmeten van porties dienden op het metriek stelsel te zijn gebaseerd en er kon alleen van hiervoor door de overheid aangewezen stapelmagazijnen tabak worden betrokken. Papiersoorten dienden voortaan van dezelfde afmetingen, samenstelling en gewicht te zijn, het goud- en zilvergehalte van edelmetalen viel vanaf toen voortaan onder strikte en in alle departementen gelijk geldende voorwaarden en het recht van scheepvaart en visvangst ging onder strikte nieuwe uniforme maatregelen vallen. Minister Gogel voerde intussen voor diverse financiële aangelegenheden vaste octrooien, strikte rentebetalingen en een publieke schuldendelging in om de financiële markten tot bedaren te brengen. De Nationale Garde (zie vorige blog) werd nog strakker geregeld. Te denken valt aan de soldij, de voedselverstrekking aan gelegerden, hun kazernering en de knopen van hun uniform (met daarop de Franse adelaar); ‘weerstrevigen werden strengelijk gevonnisd en gestraft’ door rechtbanken die definitief op Franse leest waren geschoeid. Etc.

Vanaf mei 1812 staan er in het Departementale Dagblad meer en meer berichten over troepenverplaatsingen in Pruissen, Oostenrijk, Moldavië, Polen en Saksen. Ook worden er voorbereidingen getroffen voor het bezoek van allerlei vorsten aan Napoleon, die zich op dat moment in Saksen ophoudt en door de hiervoor speciaal opgetrommelde, maar toch ook de nieuwsgierige en ervoor uitgelopen bevolking  wordt toegejuicht. De Keizer zo wordt gemeld vertrok zelf op 10 mei naar de rivier de Weichsel om er zijn troepen persoonlijk te inspecteren. Ook gaan er aldus de redactie van de Gelderse Feuille Politique geruchten dat er een algemene algehele Europese vrede op het punt staat afgekondigd te worden. Rusland heeft intussen besloten tot een algehele ‘onder de wapenen’.

Donderdag 21 mei 1812. Napoleon heeft in een decreet van 4 mei de vrije circulatie van de granen door het gehele Rijk verzekerd. Speculatie zal uiterst streng worden bestraft. ,,Wij (Napoleon) hebben derhalven besloten, krachtdadige maatregelen te nemen, om  op eens een einde te maken aan alle de berekeningen der gierigheid, en de voorzorgen der vreesachtigheid.” Met andere woorden, nogmaals, zolang zijn Grande Armée zich in het oosten bevind, geen ‘gedonder’ achter zijn rug.

Feestelijkheden terwijl oorlog dreigt. Het gebeurde Napoleon wel vaker

Zaterdag 6 juni 1812: Dresden 27 mei. De keizers van Frankrijk en Oostenrijk zijn ter plaatse bijeen met groot gevolg en allerlei luisterrijke personen. Grandioze feesten volgen elkaar op. De majesteiten nemen dagelijks het middagmaal met elkaar en ‘s-avonds is er “cirkel, commedie of concert ten hove”.  De legereenheden zijn bezig met oefenen en het schoonhouden van de wapens “en nooit zag men volmaaktere krijgstucht.” En passant wordt de lezers meegedeeld dat Russische legereenheden op weg naar de Turkse grens een andere bestemming hebben gekregen. Weer een paar dagen later voegde Napoleon zich bij zijn Grande Armée die zich op dat moment in Polen bevond.

Al die tijd blijven de lezers van de departementale couranten, maar ook het achtergebleven lokaal en gewestelijk bestuur, om maar niet te spreken van de velen die slechts geruchten en niet anders opvangen, verstoken van informatie van wat het werkelijke doel is van Napoleons absentie uit Frankrijk. Op 9 juli wordt de belangstellende Nederlanders, maar ook de anderen, eindelijk duidelijkheid verschaft. Het Departementaal Dagblad van den Boven-IJssel én de andere toegestane couranten in het Franse keizerrijk plaatsen (dan pas) de proclamatie die Napoleon aan zijn legereenheden in Polen afkondigde:

,,Soldaten!

De tweede oorlog van Polen is begonnen; de eerste eindigde te Friedland en te Tilsit; te Tilsit heeft Rusland eene eeuwige alliantie met Frankrijk en oorlog tegen Engeland gezworen; Het verbreekt thans deszelfs eeden! Het wil geene uitlegging wegens deszelfs vreemd gedrag geven, voor dat de Fransche adelaars den Rijn weder zijn overgetrokken, daardoor deszelfs bondgenooten aan diens genade verlatende. – Rusland wordt door deszelfs noodlot weg gesleept! Zijne bestemming moet vervuld worden. Ziet het ons dan voor ontaard [dégenerés] aan, zouden wij de soldaten van Austerlitz niet méér zijn? Het plaatst ons tusschen de oneer en den oorlog [Elle nous place entre le deshonneurs et la guerre]. De keuze kan niet twijfelachtig wezen. Laat ons dan voorwaarts rukken! [Marchons donc en avant!]. Laat ons de Niemen overtrekken en den oorlog op deszelfs grondgebied overbrengen. De tweede oorlog in Polen zal, evenals de eerste, roemrijk voor de Fransche wapenen zijn; doch de vrede, dien wij zullen sluiten, zal deszelfs waarborg met zich brengen en een einde aan den noodlottigen invloed maken, dien Rusland sedert 50 jaren op de zaken van Europa heeft uitgoefend [et mettra un terme à la funeste influence, que la Russie à exercé depuis 50 ans sur les affaìres de l’Europe].” Hoofdkwartier van Wilkorviskis, 22 juni 1812

Even een paar kanttekeningen nog. Dat Napoleon spreekt over een tweede oorlog op Pools grondgebied heeft te maken met het gegeven dat dit land toentertijd een speelbal was van de grote mogendheden Pruisen en Rusland. Nu eens nam de een dan weer de ander een hap uit het Pools grondgebied. Napoleon maakte hieraan een einde door de Polen een eigen Koninkrijk of Hertogdom in het vooruitzicht te stellen. Dus wanneer hij spreekt van een tweede oorlog op Pools grondgebied dan heeft hij het over het gebied dat intussen door de Russen aan het tsaristisch rijk was toegevoegd. Een tweede constatering hieruit volgend lijkt voorhanden: het is niet onmiddellijk de bedoeling van Bonaparte geweest verder Rusland in te trekken ervan uitgaande dat de Russische tsaar wel zou gaan toegeven aan zijn verlangens. Tot slot: klinkt u al die oorlogsretoriek niet op de een of andere wijze bekend in de oren?

dr. Elze Luikens (copyright)

 

 

En toen begon 1812. De krant van toen. Zevende deel

Weinigen konden vermoeden wat voor een desastreus jaar 1812 zou worden voor het Franse keizerrijk. Napoleon die in het najaar van 1811 een deel van de Nederlandse departementen met een hem typerend flitsbezoek had ‘vereerd’ had daarbij wel heel veel aandacht getoond voor een aantal specifiek militaire aspecten, maar wie viel dat eigenlijk op. Hoorde het niet bij hem? Het zo kalm beginnende nieuwe jaar zou weldra anders leren. En nog zagen de meesten niet waar het naar toe ging allemaal.

In de Feuille politique du Département de l’Issel supérieur/het Staatskundig Dagblad van het Departement van den Boven-IJssel, door mij kortweg de Departementale courant genoemd, stond in het exemplaar van 2 januari 1812 wie verantwoordelijk waren en bleven voor zowel de inhoud als het zakelijke deel van de courant. Steven van Bronkhorst en J.L. Rapin de Thoyas waren, namens de Franse overheid, door het Gelders departementaal bestuur ermee belast en geauthoriseerd om speciale bulletins te laten verschijnen, waarin een ‘officiële’ duiding der politieke gebeurtenissen kwam te staan. Ook zou er de komende tijd meer de nadruk komen te liggen via een extra katern op mededelingen van ‘economische’aard : markten, vertrektijden van beurtschippers, prijsfluctuaties van bijvoorbeeld graan en suiker, vee enz. .

Dinsdag 21 januari wordt de lezer bekend gemaakt dat bij Keizerlijk decreet is bepaald dat ‘s-Gravenhage, Utrecht, Amersfoort en Arnhem “de eenige plaatsen van de 17e militaire divisie zullen zijn, bestemd, om guarnisoen van Fransche troupes te hebben, in gewone tijden, dat in dezelve kazernen en fournituren zullen zijn voor twee regimenten infanterie van 6400 man over de drie laatste steden verdeeld….. en dat er Hospitalen zullen opgerigt worden in den Haag voor 1000 zieken, in Utrecht voor 600, in Amersfoort en Arnhem ieder voor 400 zieken.” Wie van de lezers zal zich hebben afgevraagd waarom deze regeling, terwijl er toch op dat moment in Europa vrede heerste?

Acht dagen later, dinsdag 28 januari worden er nieuwe voorschriften bekend gemaakt aangaande de conscriptie, ofwel de verplichte militaire dienst, bestemd voor al degenen die inmiddels te horen hebben gekregen dat ze zich op zekere plek moeten melden voor een snelle keuring. Arnhemmers moeten dezelfde dag nog om 8.00 uur ‘s-ochtends zich komen melden. In de dagen erna zijn ze in Zevenaar (de 29ste), Velp (de 29ste om 12.00 uur), Wageningen (de 31ste) en in Harderwijk en Elburg (de 2e februari) aan de beurt. En zo werd de weken erna een deken van conscriptiekeuringen over het Gelderse, maar ook over de rest van het land uitgerold.

32.een stuk brood voor hun keizer

Zaterdag 8 februari. De Departementale courant deed die dag verslag van de plechtige inwijding van de St. Walburgkerk (Arnhem) ten dienste van de Rooms-katholieke gemeenschap. Wat koning Lodewijk Napoleon in gang had gezet – het metterdaad gelijkstellen van protestanten en katholieken in Nederland – werd hier in de praktijk gebracht.. De feestelijkheden werden door het bestuur bijgewoond in de persoon van prefect Van Andringa de Kempenaer, de secretaris-generaal van de prefectuurraad van het Gelders departement, leden van de Rechtbank, de Arnhemse maire Van Eck, enz.  . Onder meer de Aartspriester van Gelderland Van Gestel en  een Rooms-katholieke pastoor uit Deventer waren er namens de geestelijkheid. Laatstgenoemde hield een plechtige redevoering, ,,ten aanhooren van eene talrijke schare van allerlei gezindheid.” Een uit merendeels hervormde muzikanten en zangers bestaand vocaal en instrumentaal muzikale uitvoering, droeg, aldus het verslag in de courant, bij aan de alom zo gevoelde godsdienstige verdraagzaamheid.

In de weken erna verscheen er al maar meer berichtgeving over de dienstplicht en al wat erbij hoorde; er moet (bij een deel van) de lezers van toen toch op de een of andere manier het idee zijn ontstaan dat er op de achtergrond van het dagelijks leven een enorme troepenmacht werd opgebouwd. Alleen het waarom en waarvoor zal nog weinigen voor ogen hebben gestaan. Velen wisten overigens een jaar later nog niet welk drama zich inmiddels in het najaar van 1812 in het oosten van Europa had afgespeeld.

Behalve dat katholiek en protestant in Napoleons keizerrijk gelijkwaardig waren, was er ook een financiële maatregel genomen die ervoor zou zorgen dat de predikanten een door de overheid betaald inkomen zouden genieten. Dit om partijdigheid te voorkomen, maar in werkelijkheid de geestelijken aan de Staat verbond en afhankelijk maakte. Alleen, één probleem, de betalingen van de traktementen verliepen stroef en moeizaam. Zo moeizaam zelfs dat de Departementale courant er melding van moest maken. Er waren betalingsmoeilijkheden.

Zaterdag 22 februari maakte de courant er melding van dat er een achterstand was in de betaling der traktementen. De prefect heeft, aldus de berichtgeving, inmiddels zijn sous-prefecten de opdracht gegeven alle maires in hun arrondissementen de belanghebbenden te laten weten dat ze een inschrijfformulier konden ophalen, die ‘stiptelijk’ ingevuld aan de sous-prefect dient te worden geretourneerd, om de ‘Heer Intendent Generaal van de Finantien in staat te stellen tot het vervullen van de weldadige oogmerken van Zijne Majesteit’ Met andere woorden: de betaling liet nog enige tijd op zich wachten. Tevens kenmerkt dit bericht de toegenomen bureaucratisering van de toenmalige samenleving. Alles diende op papier terug te vinden te zijn. Wij onderzoekers van nu profiteren  hier deels van.

harderwijk-p-199.jpg

Zicht op het toenmalige Harderwijk

Zaterdag, 11 april, liet de Intendant van Binnenlandse Zaken d’Alphonse ook via prefect Van Andringa de Kempenaer aan belangstellende bouwvakkers weten dat ze tegen een nette betaling konden komen meehelpen fortificaties en verdere versterkingen aan te leggen nabij Den Helder en Texel. Geïnteresseerden dienden zich ‘ten spoedigste naar Amsterdam te begeven’ om zich aldaar voor het werk te komen aanmelden bij de Kolonel-directeur van de Fortificatiën.

En dan is er nog dat bericht, diezelfde dag, over een nieuw op te richten Burgermacht, die in tijden van nood, het leger kan bijstaan.

,,Arnhem den 9 April 1812

Zijne Majesteit de Keizer en Koning, wiens grootschen ontwerpen geen ander doel hebben, dan de Roem van zijn Rijk, en den voorspoed zijner volken, heeft als een der middelen om het zelve te bereiken, bij decreet van den 14 Maart 1812 bevolen de instelling der Nationale Garden. Deze zal de veiligheid der frontieren [grenzen] en van het inwendige [binnenland] waarborgen, terwijl de omstandigheden het active leger naar buitenlands roepen, zonder echter de burgers, die voor den landbouw, de koophandel, en voor hunne huisgezinnen meest noodzakelijk zijn, van hunne haardsteden te verwijderen.”

De jongemannen, die uiteindelijk toch wel zullen worden opgeroepen voor Napoleons Grande Armée mogen zich zonder bezwaar ook voor de op te richten Nationale Garde inschrijven om alvast enige (militaire) ervaring op te doen.

,,Hij [de Prefect] is dus in de aangename verwachting, dat alle welgezinden in het Departement, van het welk hem het beheer toevertrouwd is, en vooral de jonge lieden, thans opgeroepen, zich zullen bevlijtigen, om medewerking aan dit heilzame doel van de grootsten der Monarchen, onzen doorluchtigen Souverein, en dat zij zich met den besten wil leenen zullen aan zijne groote bedoelingen voor het welzijn van allen, die het geluk hebben, onder zijne hooge bescherming te leven.” Aldus Van Andringa de Kempenaer.

De militarisering van de samenleving voltrok zich, zonder dat dit echt werd beseft, in een rap tempo. De propagandamachine deed zijn werk via de Departementale courant, maar maakte de samenleving, zo is achteraf gebleken, minder enthousiast dan Napoleon en de zijnen hadden gehoopt. Het waarom en waarvoor hiervan zal in volgende blogs duidelijk worden.

dr. Elze Luikens (copyright). Contact leggen? napoleon-info@hotmail.nl

 

 

 

 

‘Napoleon’ uit: Geschied- en redekundig gedenkschrift van Nederlands herstelling in den jare 1813 … door J.H. van der Palm

Johannes Henricus van der Palm (1763-1841), was van 1799-1805 minister van Onderwijs in een Nederland/Bataafse republiek die zijn weg tevergeefs zocht te midden van de andere ruziënde Europese mogendheden, waarbij het ging om voortgang van de Franse revolutionaire principes of herstel van het oude. Nadat Lodewijk Napoleon hier namens zijn broer keizer Napoleon van 1806-1810 richting mocht geven aan de koers van het land, was Van der Palm’s rol voorlopig min of meer uitgespeeld. Hij, naar zijn politieke voorkeur, behorende bij de Moderaten (zie Geschiedenis van Nederland. Deel VI en VII), kreeg en greep zijn kansen direct na het aantreden van de nieuwe koning Willem I (1815-1840). Van de om de troon van Oranje geschaarde tijdgenoten werd verwacht dat ze afstand namen van de voorbije Franse jaren. De oud-minister van Onderwijs, een ministerschap overigens waarmee hij bij latere generaties naam en faam heeft weten te verwerven, greep deze kans aan en schreef onderstaand epistel over Napoleon. Hier en daar heb ik het taalgebruik wat gemoderniseerd. Let wel: het is een zienswijze die bij meerderen in het land opgang deed zo kort na 1813.

,,NAPOLEON BUONAPARTE was zijn verheffing nog meer aan zijn karakter dan aan zijn talenten verschuldigd. Zonder schitterende bekwaamheden echter, enkel op de schouders van anderen gedragen, of door een blind fortuin begunstigd, speelt men geen rol gelijk hij die gespeeld heeft. Hij bezit misschien geen zeldzame hoedanigheden, waarin hij niet door anderen, nu of eertijds, geëvenaard of overtroffen werd; maar zij vormden in hem een geheel – zo volkomen, zo harmonisch – indien dit woord hierdoor niet ontheiligd wordt, dat men er bezwaarlijk de weerga van zal aantreffen. Zijn talenten, geaardheid en ontembare wilskracht boden steeds elkaar de hand op een wijze, in een toon en sterkte van uitdrukking, die enig in hem waren. Wie had gelijk hij, de gave, om de wil van anderen te (be)heersen, om zich onbegrensd te doen gehoorzamen? Wie verstond, als hij, de kunst, om grote gedachten van zich te verwekken, moed en vertrouwen op zich in te boezemen? Hij ontving van de natuur die strenge terughoudendheid, die veel meer van zich vermoeden doet, dan zij volbrengen kan, en onuitputtelijk schijnt, waar zij slechts rijk is aan hulpmiddelen. Aan beledigde stuursheid wist hij de indruk te geven, alsof niemand zijn gunst verdiende. Hij geleek op een Godheid, die men verzoenen moest, het kostte wat het wilde, wier ongenade de hoogste vloek was. Hij deelde weldaden uit, niet als uit zijn hart, maar uit zijn onbegrensde macht voortvloeiend, hoge titels, landgoederen, het geroofde van overwonnenen, duizenden waren te gering, schatten, miljoenen! maar geen genegenheid, geen vertrouwelijkheid, die een denkbeeld van gelijkheid had kunnen opwekken. In de huiselijke kring verkeren soms norse, dwingende karakters, die men ‘vereert’, en voor wie men beeft, omdat wrok, terging en onbeschoftheid hun even zeer ter dienste staan, terwijl een schijnmoment van hun welgevallen lijkt alsof de hemel zich opent. Zo’n karakter vertoonde BUONAPARTE op de troon én in het veld. Zijn plannenmakerij ‘was’ minder groot dan buitensporig; maar zij schitterde en had een zweem van het bovenmenselijke. Niemand kon volvoeren, wat hij volvoerde, die de drie vermogendste drijfveren van het menselijk willen en handelen in één keerpunt had weten te verenigen: vrees, hebzucht, ijdelheid. En ook dit was niet genoeg om die alles vermogende, die verschrikkelijke invloed te doen ontstaan, die zijn bestuur kenmerkte. Voortvarend, rusteloos, dapper en vurig, was alles, wat hij in het openbaar deed of sprak, geschikt, om geestdrift te (doen) ontvlammen, die gelijk een elektrische schok, zich meedeelde tot aan de uiterste grenzen van de lijn, die met hem in aanraking was. Zo had een complete krijgsmacht, van de eerste Bevelhebber tot de laatste soldaat, geen andere wil dan de zijne. En wat voor een krijgsmacht!  de bloem van de jongeren van een dappere natie, opgegroeid te midden van gevaren, gehard in het strijden, gewoon te overwinnen: Soldaten, gefocused op buit en onderscheidingen, Bevelhebbers, verrijkt met de roofbuit van Europa, onverzadigd door steeds weer ontvlamde begeerte! met zulk een gevaarte, door één wil bewogen, verpletterde hij alles!- Er ontbreekt slechts één trek aan onze beschrijving. Zedelijke hinderpalen  stonden hem nooit in de weg: geen mededogen drong in zijn ijzeren borst (door); het kostte hem niets, door stromen mensenbloed te waden richting zijn doel. De wetten van eer en trouw achtte hij voor allen (te gelden), behalve voor hemzelf; hij eiste haar volbrenging met grote gestrengheid van anderen af, naar mate hij ze zelf schaamteloos (o)vertrad. Leugen en veinzerij nam hij te baat, somtijds uit gevoel van zwakheid, maar doorgaans uit praal en ijdelheid, of aangeboren verraderlijke inborst. Hij beloofde aan de volken voorspoed, terzelfder tijd dat hij bevelen gaf, om hun welvaart op het hart te trappen; en terwijl hij hen in tranen en wanhoop dompelde, wilde hij openlijk als hun weldoener geprezen zijn.

9. Kroning Napoleon 6 december 1804

Napoleon, keizer aller Fransen… en van de door hem aan Frankrijk toegevoegde onderdanen, zoals de Zwitsers, Italianen, Duitsers en Nederlanders en Belgen

Zodanig was de man, die FRANKRIJK, nog bedwelmd van vrijheidsdromen en klanken, met de woorden vrijheid en orde in de mond, in de schandelijkste slavernij heeft geketend; die, van hoger tot hoger macht gestegen, (uit)eindelijk geen titels of namen meer voor zijn heerschappij wist te doen uitdenken, en het bevel voerde over een legermacht, die in talrijkheid, toerusting, krijgskunde en zelfvertrouwen misschien nooit haar gelijke had. En binnen twee jaar tijds ging de wereldmonarchie te niet. De dwingeland, door vleierij bedwelmd, beeldde zich in te zijn wat hij scheen. Hij was een ontzaglijk luchtverschijnsel, en meende een zon te wezen, die, welk deel van de aarde hij wilde, kon koesteren of verbranden. Een onderneming zonder redelijk doel, waarbij, kansen noch gevolgen berekend waren, moest zijn almacht staven, en verraadde zijn onmacht. Zijn onoverwinnelijke legioenen, dood gevroren en dood gehongerd, lieten slechts een schaduw over van hetgeen zij waren. En de held van Europa kwam in zijn hoofdstad terug als een vluchteling, nauwelijks herkend aan de poorten van zijn paleis.”

In de volgende blog vervolgen we de door mij geselecteerde berichten uit de Krant van Toen, uit 1812… het jaar dat Napoleon meende in één Tocht Rusland voorgoed aan zijn zijde te kunnen krijgen.

dr. Elze Luikens

napoleon-info@hotmail.nl

The story of Napoleon, door Harold F.B. Wheeler

Over het boek, dat helaas moeizaam te vinden valt, immers uit 1912 (London), kan ik kort zijn; het vanuit de Engelse visie over Napoleon geschreven werk is overwegend pro-Napoleon. Op zich verrassend natuurlijk. Weinig kritische geluiden, wel bewondering voor hetgeen één persoon en dat is Napoleon Bonaparte (zo kijkt de auteur er tenminste tegenaan) die in die roerige jaren half Europa in beweging heeft weten te krijgen. In hoofdlijnen klopt het verhaal; onaangename details worden er minder in aangetroffen. Dit gebeurde echter zo vlak voor de Eerste Wereldoorlog (la Grande Querre) wel meer: bewondering voor een heroïsch liefst militair aansprekend (!) persoon. Denk aan het rijtje: Alexander de Grote, Julius Ceasar, Augustus, Karel de Grote, Frederik de Grote en dan… Napoleon.

Het boek is gelardeerd met afbeeldingen, deels in kleur, deels in zwart-wit… een voor die tijd moderne aanpak. Als Paasverrassing hieronder die afbeeldingen. Tijdelijk!

img008

img010

img009.jpg

img012.jpg

img013.jpg

img014.jpg

img015.jpg

img016.jpg

img017.jpg

img018.jpg

img019.jpg

img020.jpg

img021.jpg

img022.jpg

img023.jpg

img024.jpg

img025

img026